|
| ||
|
Bailey & Stewart, 1977
Systematiek : centropomoides, Leptochromis Bailey & Stewart 1977:13, Pl. 2; Fig. 2 (C, D) [Occasional Papers of the Museum of Zoology University of Michigan No. 679; ref. 7230]. Lake Tanganyika, 3- Verspreiding: endemische soort uit het Tanganyikameer. Deze soort kan door het ganse meer worden aangetroffen, zowel in Burundi als in Congo (voormalig Zaïre), Zambia en Tanzania. Deze soort word in het zuiden ruimschoots aangetroffen maar in andere delen van het meer komt men deze soort sporadisch tegen. Vermoedelijk leeft deze vis ook in de noordelijke delen van het Tanganyika meer. De diepte waarop de soort voorkomt is 40 tot Grootte : Baileychromis centropomoides kan een maximale lengte bereiken van Lichaamsvorm : Van de zijkant gezien heeft het lichaam van de vis een normale vorm, van voren gezien is de vorm het best te typeren als hoog en smal gebouwd. Het lichaams is langerekt te noemen Het hoofd is min of meer recht aflopend met een spitse mond. De ogen zijn zijn symmetrisch en normaal van vorm. De vis heeft geen zijlijn, één rugvin en één anaalvin. Kleur en tekening : Blauw, zilver, basis kleur is zilver waarbij blauwige strepen en een gloed waar te nemen is over het lichaam Geslachtsonderscheid : Vrouwelijke exemplaren zullen in verhouding wat kleiner blijven dan de mannelijke exemplaren. Kweek : vermoed word dat dit vergelijkbaar is met de Reganochromis calliurus, dat dit een biparentale muilbroeder is en dat er tot 60 eieren worden afgezet. Water : Het water in het Tanganyika meer is hard alkalisch te noemen. Daarvoor is het wenselijk om de pH waarde van het aquariumwater rond de 8,5 te houden, een totale hardheid rond 10 DH en een carbonaathardheid van 18 DH. Een geleidbaarheid rond 600 µS, een temperatuur van 24°-27° C en een zo hoog mogelijke zuurstofconcentratie en zo weinig mogelijk nitraten. Houd in gedachten dat het water in het Tanganyika meer zeer stabiel is en dat grote schommelingen in het water niet wenselijk is. Wanneer er een verversing word gedaan van het water ververs dan niet al te grote hoeveelheden om het water zo stabiel en zuiver mogelijk te houden. Een derde to één vierde per week word aangeraden. Voeding : De B. centropomoides is een piscivoor die leeft van de kleinere vissen en ongewervelden. Gedragingen : In het aquarium kan men het beste een verhouding man vrouw houden van 1 op 1. Tegen soortgenoten net als medebewoners zijn ze redelijk verdaragzaam. Aquariuminrichting : Een imitatie van het overgangsgebied tussen de rotskust en de zandkust lijkt aangewezen. Aangeraden word enigszins rotsen te gebruiken waar de vissen eventueel kunnen schuilen. Helaas is over deze soort zeer weinig informatie te vinden. Deze soort word niet ge-exporteerd en foto's zijn niet beschikbaar. |